ENCOD BULLETIN 62Gepubliceerd op vrijdag 2 april 2010 20:50, door . Gewijzigd op zondag 4 april 2010 00:45 Alle versies van dit artikel: [Deutsch] [English] [Español] [français] [magyar] [Nederlands] [slovenčina]HET ENCOD BULLETIN OVER DRUGBELEID IN EUROPA NR. 62 APRIL 2010 HET ACHTERPOORTJE In dit bulletin wil ik het over twee actuele zaken hebben. Ten eerste stel ik vast dat zowel de hoorzitting in het Europese Parlement (23 februari) als de Vergadering van de VN Commissie Verdovende Middelen Middelen (CND, Commission Narcotic Drugs) in Wenen (8 tot 12 maart) de achterpoortjespolitiek in het besluitvormingsproces over drugbeleid bij de EU en de VN nog eens in de verf zetten. Ten tweede moet ENCOD een standpunt innemen dat we de volgende weken en maanden kunnen uitdragen in de Europese hoofdsteden, bij de Europese Gemeenschap in Brussel en bij de Verenigde Naties in Wenen. Op 25 en 26 februari vertegenwoordigde ik ENCOD op een vergadering van de HCLU (Hongaarse Bond voor Burgervrijheden, Hungarian Civil Liberties Union) over een samenwerking van verschillende organisaties die een einde willen aan het drugverbod, met name Eurasian Harm Reduction Network, International Network of People who Use Drugs, Release, Street Lawyers Denmark and Transform. Het idee om een grote Europese conferentie te organiseren werd verworpen, omdat we dan waarschijnlijk vooral zouden preken voor de eigen parochie. We zouden ons beter toespitsen op de coördinatie tussen verschillende campagnes, belangenverdediging, de propaganda neutraliseren, de kernzaken kaderen. Eén van de doelstellingen van deze groep wordt het uitwerken van een meer algemeen campagne-thema dat in elk land kan worden gebruikt, maar ook aangepast kan worden naargelang de plaatselijke gevoeligheden en de politieke realiteit, en aangevuld met specifieke plaatselijke of regionale thema’s. Er is al veel informatie verspreid over de vergadering van de VN Commission on Narcotic Drugs, afgelopen maart. Het was niet altijd makkelijk te volgen wat daar echt gebeurde, maar het werd al snel duidelijk dat er dit jaar geen belangrijke beslissingen op het spel stonden. Het belangrijkste “resultaat” van de CND 2009 was de onverwachte openlijke uitbarsting van onenigheid. Uiteindelijk leidde dit naar de historische brief waarin Duitsland, namens de meerderheid van de EU landen en ook enkele niet-EU leden, duidelijk aangaf hoe zij tegen de term ‘schadebeperking’ aankijken. De zogenaamde wereldwijde consensus over het drugbeleid werd voor het eerst publiekelijk doorbroken.
Het goede nieuws van de CND van dit jaar is misschien dat dit meningsverschil inmiddels structureel is geworden. De tegenstellingen zijn groter geworden, de standpunten zijn verhard. De positie van de VS lijkt wat verzacht (vooral mondeling), maar de rol van ‘keiharde aanpak’- aanhanger is reeds spontaan overgenomen door een los samenwerkingsverband van Rusland, Japan, China, Pakistan, Maleisië, Nigeria en Colombia. Deze landen willen nog hardere repressie, terwijl de meeste EU landen en een aantal Zuid-Amerikaanse landen openlijk kritiek uiten op de INCB (International Narcotics Constrol Board, VN controleorgaan) en een vrijere koers willen varen. Af en toe, in iets wat blijkbaar een nieuw ritueel van de CND is geworden, staan er landen van verschillende partijen op met tegengestelde voorstellen en de gekende bezwaren. Meestal eindigt deze onenigheid met een compromis die weinig of niets aan de bestaande situatie verandert of met een beslissing om eerst nog verder onderzoek te doen. Bij het voorstel van Japan om cannabiszaad toe te voegen aan de lijsten van verboden stoffen werd ook gekozen voor het “verder onderzoek” achterpoortje. Duitsland en een aantal andere landen waren tegen, want ze vonden dat er geen ernstig probleem was en wilden de handel in industriëeel hennepzaad niets in de weg leggen. Tenslotte werd er besloten om de zaak nader te bestuderen om uit te zoeken of er eigenlijk een probleem is en hoe schadelijk de zaden nu eigenlijk zijn. De algemene indruk leek mij dat dit onderzoek niet tot een wereldwijd verbod op cannabiszaad zal leiden. Veel landen weten dat een verbod meer problemen veroorzaakt dan dat het kan oplossen. Mijn besluit is dan ook dat we via een achterpoortje van het kastje naar de muur worden gestuurd. In gesprekken over hervorming van het drugbeleid in de nationale hoofdsteden verwijst men ons door naar de bovennationale organisaties. Telkens wordt gezegd dat er niets kan veranderen zonder toestemming van Brussel of Wenen. Maar wat wij ook voorstellen bij de Europese Unie (de Commissie, het Parlement) en bij de VN, telkens krijgen we te horen dat zij alleen maar kunnen werken binnen hun mandaat en omdat geen enkel land vraagt naar een wijziging van de drugsverdragen kunnen zij ook niets ondernemen om een wijziging zelfs maar te bespreken. Uitzondering is het Boliviaanse verzoek om het verplichte verbod op het traditionele gebruik van het cocablad op te heffen. Sommige goed bedoelende organisaties richten hun hoop en verwachtingen voor verbetering op een nieuwe internationale eensgezindheid waarbij respect voor Mensenrechten en Schadebeperking volledig en voortdurend worden toegepast. Maar in de huidige situatie zal het volgens mij makkelijker en lonender zijn om in te zetten op een spoedige breuk in de kunstmatige mondiale consensus.
Hetgeen volgt is bedoeld als discussievoer binnen ENCOD, en vooral voor de lobby-werkgroep. U kan uw mening kwijt bij lobby at encod.org ((als u nog geen lid bent van de lobby werkgroep, vindt u hier hoe u dat kunt worden) . In een poging om onze boodschap te verbeteren en in overeenstemming met de “Conclusies van Budapest”, stel ik een algemene denkwijze voor die gecombineerd kan worden met plaatselijke en regionale problemen en situaties. 1. Het drugverbod is een schending van de mensenrechten. Druggebruik gaat gepaard met serieuze risico’s voor de volksgezondheid, maar deze risico’s veronderstellen een “zachte paternalistische” wettelijke aanpak. Het verbod is een onrechtvaardige en onnodig harde aanpak die de controle over de drugsmarkt over laat aan de willekeur van de mafia. 2. De internationale drugsverdragen hebben geen wetenschappelijke basis. De centrale veronderstelling dat het drugverbod druggebruik en handel in “gecontroleerde” middelen ernstig beperkt, is niet wetenschappelijk gefundeerd. 3. Het is ondertussen overduidelijk dat deze veronderstelling fout is. Het niveau van druggebruik en verslaving staat niet of nauwelijks in relatie met de intensiteit van de repressie of met overheidsbeleid in het algemeen. Het “Rapport over de Wereldwijde Illegale Drugmarkten 1998 -2007” (korte versie), uitgegeven door Peter Reuter en Franz Trautmann en gepubliceerd door de Europese Commissie in maart 2009 toont dit opnieuw aan. 4. Hieruit kun je belangrijke conclusie trekken: vrees voor een explosieve groei van het druggebruik bij een regulering van de drugmarkt, is ongegrond. Ervaringen in Nederland (met de decriminalisering van de toegang tot cannabis) en in Portugal (met een algemene decriminalisering van gebruik en bezit voor persoonlijk gebruik) hebben dit bevestigd. 5. Anderzijds was en is het drugverbod verantwoordelijk voor enorme schade op wereldschaal, terwijl er geen of verwaarloosbare positieve resultaten zijn geboekt.
6. Pogingen om de nationale wetgevingen te wijzigingen worden systematisch afgeketst met een verwijzing naar de internationale drugconventies. De toepassing van het internationale drugverbod wordt meestal gerechtvaardigd door de zogenaamde wereldwijde consensus. In de laatste tientallen jaren zijn er binnen het CND blijkbaar fundamentele en onoplosbare meningsverschillen ontstaan over de aard en richting de van het drugbeleid. 7. Deze situatie maakt het individuele landen of groepen landen onmogelijk om een vernieuwend beleid te voeren op basis van de eigen opgebouwde ervaring en weloverwogen experimenten. 8. Hieruit besluiten we dat de internationale drugsverdragen niet meer relevant zijn en, erger nog, een hindernis zijn voor de vooruitgang. 9. De internationale drugsverdragen kunnen niet langer dienen als basis voor nationaal of zelfs internationaal drugbeleid. Het wereldwijde “drugcontrole systeem” moet vervangen worden door nationaal drugbeleid. Men mag verwachten dat dit nationale beleid ontwikkeld wordt binnen nauwe samenwerkingsverbanden tussen buurlanden. 10. REGULERING moet op de politieke agenda. Freek Polak N.B.ENCOD HEEFT JOUW STEUN NODIG: Rekeningnr.: 001- 3470861-83 Att. ENCOD vzw - België Bank: FORTIS, Warandeberg 3, 1000 Brussel IBAN: BE 14 0013 4708 6183 SWIFT: GEBABEBB Dit artikel beantwoorden |