ENCOD BULLETIN 55published dinsdag 1 september 2009 23:26, door Martin Veltjen . update dinsdag 1 september 2009 23:32 Alle versies van dit artikel: [English] [Español] [français] [Nederlands] [Português]HET ENCOD BULLETIN OVER DRUGBELEID IN EUROPA NR. 55 SEPTEMBER 2009 HET CANNABISDEBAT IN NEDERLAND Op het ogenblik dat de media en de mensen met beslissingsmacht zich bewust worden van de werkelijke invloed van het verbodsbeleid op druggerelateerde problemen, zal de geloofwaardigheid van dit verbodsbeleid volledig uit elkaar vallen. Daarom blijven ENCOD en andere voorvechters voor een ander drugbeleid steeds opnieuw conferenties en manifestaties organiseren, daarom publiceren wij op papier en op het internet, daarom blijven we deelnemen aan internationale samenkomsten waar we kritische vragen stellen aan de beleidsmakers die het drugverbod in stand houden. Ogenschijnlijk veroorzaken onze inspanningen nauwelijks enige deining, vermits de overheden en de massamedia zich blijven toespitsen op ‘drugs’ zonder ooit het feit in vraag te stellen dat die drugs in kwestie illegaal zijn. Maar de tijd speelt in ons voordeel. In de landen waar er een drugbeleid geldt dat zich niet volledig baseert op een algeheel verbod, toont de realiteit zelf aan dat er enkel vooruitgang kan worden geboekt als het verbodsregime verder ontmanteld wordt. Dit is het geval in Nederland, waar de verkoop van kleine hoeveelheden cannabis voor persoonlijk gebruik in coffeeshops gedoogd wordt sinds 1976. Hieruit volgt dat een volledige generatie is opgegroeid in een klimaat waarin toegang tot cannabis voor volwassenen als relatief normaal werd beschouwd. Bijna alle overblijvende problemen met cannabis (rond volksgezondheid en veiligheid) kunnen worden herleid tot het feit dat cannabis nog altijd een illegaal product blijft. Grootschalige kweek en commerciële verdeling buiten de coffeeshops blijft daardoor in de handen van criminele organisaties. De waarheid is zo klaar als een klontje voor alle gezondheidsexperts, overheden en politici, en zelfs voor een groot deel van de politiediensten. Je zou verwachten dat het land dus klaar is om de volgende stap te zetten, in dit geval dus de volledige legalisering.
De Nederlandse regering, gedomineerd door conservatieve Christelijke partijen doet er, samen met leidende figuren uit het justitieapparaat, alles aan om te beletten dat deze stap gezet wordt. Met alle manipulatieve truken uit de verbodstrukendoos hebben ze de politie gedwongen harder op te treden tegen amateur thuiskwekers waardoor de betrokkenheid en het marktaandeel van criminele cannabiskwekers enkel vergroot. Ze geven coffeeshops in de grenssteden aan de Belgische en Duitse grens de schuld voor de openbare overlast die het gevolg is van buitenlandse toeristen die liever cannabis kopen in de veilige koffieshop dan op de zwarte thuismarkt. Als de coffeeshops er dank zij goede afspraken met de plaatselijke overheid in slagen deze overlast in te dijken (bvb. Checkpoint in Terneuzen), grijpt de nationale justitie in door de shop te sluiten omdat de shop meer dan 500 gram in voorraad houdt, wat praktisch onvermijdbaar is als je per dag duizenden klanten over de vloer krijgt. In verschillende gemeenten worden coffeeshops gesloten binnen een straal van 250 m van een school omdat men argumenteert dat dit het cannabisgebruik bij minderjarigen zal doen dalen. Daarbij gaat men straal voorbij aan het feit dat cannabisgebruik bij jongeren in Nederland lager is dan in verschillende landen die helemaal geen coffeeshops toestaan. In de Nederlandse massamedia werd op één of andere manier de illusie gecreëerd dat het tolerant beleid de schuld treft voor problemen die werkelijk worden veroorzaakt door het feit dat men niet tolerant genoeg is. Het is echter moeilijk uit te maken waarop deze zaak uiteindelijk zal uitdraaien. Het wordt de voor- en tegenstanders van cannabis duidelijk dat er iets moet veranderen: na 33 jaar tolerant beleid, moeten de Nederlanders gaan kiezen voor volledige legalisering of een volledig verbod. Het keuzemoment komt langzaam dichter. In de volgende maanden wordt verwacht dat het Nederlandse parlement zich zal buigen over een nieuw regeringsvoorstel, gebaseerd op verschillende rapporten, waaronder het rapport van het adviescomité geleid door Wim van de Donk, voorzitter van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR), het hoogste adviesorgaan in Nederland. Het rapport dat werd voorgesteld op 1 juli ll., bevat verschillende positieve invalshoeken over het fenomeen cannabis en coffeeshops. Volgens het comité heeft het gedoogbeleid voor cannabis niet gefaald, in tegendeel: dank zij dit beleid heeft het gebruik van dit middel door volwassenen een plaats gekregen binnen de Nederlandse maatschappij.
“Het gebruik, en de eventueel negatieve gevolgen voor de volksgezondheid die ermee in verband worden gebracht, zijn relatief laag in Nederland vergeleken met andere EU lidstaten, waar het verbod veel strikter wordt toegepast”, schrijft het comité. Dankzij de coffeeshops is het mogelijk om gebruikers te contacteren en te informeren en een beleid uit te stippelen dat openbare overlast voorkomt. Een volledig verbod is daarom niet wenselijk, en de ernst van het argument dat gemeenten gebruiken om coffeeshops te sluiten (de afstand van 250m) is twijfelachtig.” Het comité stelt 3 mogelijkheden voor om het coffeeshopmodel verder te ontwikkelen, met een oplossing voor het “achterdeur” probleem, dat coffeeshophouders door het verbod op de kweek in een schizofrene situatie plaatst met één been in de legale en het andere in de illegale economie. De eerste optie is volledige legalisering: coffeeshops worden gewone winkels, cannabis wordt een gewoon product dat enkel onderworpen is aan bepaalde regels, zoals een leeftijdsgrens. Volgens het comité is deze optie op het ogenblik niet wenselijk omdat “het niet alle problemen met cannabisgebruik zal oplossen, meer buitenlandse toeristen zal aantrekken en omdat Nederland zich zal moeten terugtrekken uit de VN-conventies over drugs”. Deze tegenargumenten kunnen relatief gemakkelijk worden weerlegd. Niemand verwacht dat legalisering alle problemen zal oplossen, maar het is net de Nederlandse ervaring die aantoont dat veilige beschikbaarheid van cannabis voor volwassenen niet leidt tot grotere gezondheidsproblemen. De maatregel zal ook niet automatisch leiden tot een grotere toestroom van toeristen omdat de situatie aan de voordeur niet zal wijzigen. Als de toevoer naar de coffeeshops legaal kan verlopen, zal het makkelijker worden om openbare overlast rond het cannabistoerisme in de hand te houden en de kweek voor buitenlandse markten en verkoop buiten de shops te bestrijden. Tenslotte zijn er ook juridische experts die van mening zijn dat de Enkelvoudige Conventie van de VN genoeg ruimte laat aan nationale overheden om hun beleid in deze richting uit te bouwen. Nederland heeft deze marge al gebruikt om het gedoogbeleid voor kleine hoeveelheden voor persoonlijk gebruik sinds 1970 uit te bouwen. De volgende logische stap na 35 jaar is eigenlijk de uitbreiding van dit beleid naar volledige legalisering. In het huidige politieke klimaat in Nederland lijkt een legalisering van de cannabismarkt echter nog ver weg. Zoals in andere landen, lokt deze optie vooral sterke emoties uit, waardoor een rationeel debat alleen maar vertroebeld wordt. De tweede optie is een uitbreiding van het gedoogbeleid voor coffeeshops naar de kweek voor de coffeeshops. Het middel zelf zou nog illegaal blijven. Maar ook deze optie vindt het comité niet echt wenselijk omdat de betrokkenheid van criminele organisaties bij de massakweek niet zou uitschakelen. Dat is natuurlijk een juiste vaststelling, maar de enige logische oplossing voor dit probleem ligt dan weer bij het voorstel van de eerste optie.
De derde mogelijkheid, de voorkeur van het comité, is een hervorming van de coffeeshop naar een gesloten “cannabisclub” met een gereguleerde voorraad. Klanten worden lid van de club die instaat voor de kweek van de planten en de oogst aanbied in de shop die enkel toegankelijk wordt voor leden. In elk ander land dan Nederland zou dit systeem een geweldige stap voorwaarts betekenen. Voor Nederland valt echter moeilijk te ontkennen dat dit eigenlijk een stapje achteruit betekent. Het registreren van cannabisgebruikers is een discriminerende maatregel die heel wat tegenstand zal losweken in een land waar cannabis een normaal deel van het leven is geworden. Bovendien bestaat het risico dat je bij grotere, anoniemere clubs een levendige handel in clubpasjes in het leven roept. Samengevat belooft het Nederlandse cannabisdebat deze herfst een interessante discussie te worden. Na het rapport van het adviescomité zal het moeilijk worden voor de conservatieve pilarenbijters om het gedoogbeleid volledig te begraven. De Nederlandse regering zal al haar propagandisten moeten inschakelen om de onvermijdbare conclusie dat legalisering de enige optie is om nog stappen vooruit te zetten, te verdoezelen. Hoogst waarschijnlijk zal een duidelijke beslissing worden omzeild tot na de volgende verkiezingen die doorgaan in 2011. Door Joep Oomen met de hulp van Peter Webster N.B.ENCOD HEEFT JOUW STEUN NODIG: Rekeningnr.: 001- 3470861-83 Att. ENCOD vzw - België Bank: FORTIS, Warandeberg 3, 1000 Brussel IBAN: BE 14 0013 4708 6183 SWIFT: GEBABEBB Dit artikel beantwoorden |